Twee keer twee gelijkwaardige kaarten, het laagste paar is twee tweeën, het hoogste twee azen. Dit voorbeeld is 'twee paar, achten-vijven'.
Als meerdere spelers twee paar hebben, wint de hand met het hoogste paar (hier de achten). Als die gelijk is, gaat het om het tweede paar (hier de vijven). Als die ook gelijk is, wordt gekeken naar de vijfde kaart (hier een aas).
Twee paar met K-K-3-3-2 is dus hoger dan Q-Q-J-J-A.